‘Hier naar links en dan is het ongeveer halverwege de straat.’ Ik kijk naar de route op mijn telefoon, terwijl ik bij Sophie achterop de fiets zit.
Nog geen 5 minuten later zet Sophie haar fiets in de stalling en lopen we door de draaideur het politiebureau binnen.
Het is rustig en we hoeven niet lang te wachten. De aangifte is binnen een kwartiertje klaar en een vriendelijke mevrouw noteert alle gegevens.
‘Goed dat jullie hier een melding van doen, dames’ zegt ze ‘Het komt te vaak voor dat er iemand wordt gedrogeerd en dat er niets mee wordt gedaan. Dan kunnen wij er natuurlijk ook niets mee. Ik heb alles genoteerd wat ik wil weten. Dank jullie wel. Is er nog iets wat jullie willen weten?’
Even schiet het door mijn hoofd. Zal ik het zeggen? Ik heb Sophie nog niets verteld over het smsje, ik weet zeker dat ze zich heel erg zorgen gaat maken. En er stond heel duidelijk in geen politie.
Sophie zegt van niet en ik schud mijn hoofd.
We lopen door weer naar Sophie’s fiets en ik pak mijn zonnebril uit mijn tas. Als ik op kijk zie ik aan de overkant iemand die onze kant op kijkt en als ik zijn, of haar, kant op kijk verdwijnt hij in een steegje. Zouden we gevolgd zijn?
Jeetje Donna, doe eens normaal. Ik spreek mezelf even streng toe. Ik moet nu niet overal iets achter zoeken. Natuurlijk is dat hele gedoe met Sophie hartstikke rot en dat smsje maakt het niet beter. Maar misschien maak ik het allemaal veel erger dan dat het is. Ik besluit er niet langer over na te denken en spring bij Sophie achterop de fiets.

We besluiten nog een ijsje te halen bij Hans en Frietje, de snackbar bij ons in de buurt.
Ik reken de ijsjes af en loop met een dikke ijsco in mijn hand richting het bankje bij de vijver waar Sophie zit.
Terwijl ik over de stoep loop, stop ik met één hand mijn portemonnee terug in mijn tas. Het is een hele mooie crossbody van zwart leer. Ik heb hem 4 jaar geleden van Floris gekregen voor mijn verjaardag. Ondanks dat hij er heel gebruikt uit ziet, is het nog steeds mijn lievelingstas.
Ik trek aan de rits, die zijn beste tijd ook wel heeft gehad. Met één hand gaat dat niet heel makkelijk. Ik blijf even stil staan en voorzichtig houd ik de tas vast met mijn hand waar het ijsje in zit. Heel langzaam trek ik met mijn andere hand de rits dicht.
‘AUW!’ mijn vinger blijft tussen de sluiting zitten en van schrik gooi ik mijn ijsje opzij.
‘Kan ik je ergens mee helpen?’ Als ik opzij kijk, kijken twee helderblauwe ogen mij aan. De jongen heeft een glimlach op zijn gezicht en kijkt lachend naar zijn witte sneakers.
Ik sla mijn hand voor mijn mond als ik op één van zijn schoenen een bolletje aardbei en een bolletje chocola zie liggen.
‘Oh nee, wat stom! Sorry hoor. Ik was ook zo aan het klungelen. Het spijt me!’
Ik pak een servetje en zak door mijn knieën om zijn schoen te poetsen. De jongen pakt mijn arm en trekt me zachtjes omhoog. ‘Geef maar, dat doe ik zelf wel even. Ik wilde ze toch weg doen joh, geeft niks.’
Met rode wangen kijk ik hem aan. Zijn donkere haar zit een beetje warrig en hij heeft een gebruind gezicht. Door zijn witte t-shirt valt dat extra goed op.
Inmiddels zijn zijn schoenen zo goed als schoon. ‘Wil je een nieuw ijsje van me?’ vraagt hij.
‘Nee! Dit was toch mijn schuld. Dan hoef jij me geen nieuw ijsje te geven hoor.’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Oke. Mag ik dan wel weten hoe je heet?’
‘Dat mag, ik ben Donna. En jij?’
‘Donna, mooie naam. Ik ben Dex. Volgens mij zit er iemand op je te wachten, klopt dat?’
Hij kijkt in de richting van Sophie, die vrolijk naar ons zwaait en haar duimen op steekt.
Dex kijkt op zijn horloge ‘Ah, ik moet gaan. Ik heb over 5 minuten een afspraak. Leuk je te ontmoeten, Donna. Kort maar krachtig.’ Hij lacht naar me en steekt de straat over.

‘Oeh la laa, Donna! Wie was dát?!’
Sophie zit nog steeds op het bankje en kijkt me met grote ogen aan. ‘Holy moly, was hij weggelopen uit een tijdschrift? Ik heb denk ik nog nooit zo’n knappe verschijning gezien. Hij leek een beetje op Michiel Huisman, maar dan knapper.’
Ik moet lachen om Sophie, ze kan zo overdrijven. Maar ze heeft wel gelijk, Dex zag er zeer goed uit.
‘Ik weet het niet, Soof. Ik weet alleen dat ik mijn ijsje over hem heen heb gegooid en dat hij Dex heet.’
Sophie knikt goedkeurend. ‘Heb je zijn nummer gevraagd?’
‘Sophie, ik heb je al eerder gezegd dat ik helemaal niet bezig ben met andere jongens. Ik ben Floris nog lang niet vergeten. En ik ga niet zomaar aan een wildvreemde zijn nummer vragen. Misschien is het wel een dorpsgek.’
‘Donna, je gaat Floris nooit vergeten. En ik zeg ook niet dat je met Dexie moet gaan trouwen ofzo. Maar je kan mij niet vertellen dat je niet ziet wat voor lekker hapje dat was. Kijken mag gewoon hoor. En we weten allebei dat dit geen dorpsgek is.’
We blijven nog even zitten en genieten van de zon. Tegen een uur of 3 besluiten we weer naar huis te gaan.
‘Jij hebt mijn fietssleutel in je tas, omdat ik geen tas bij me heb.’ Sophie steekt haar hand uit om haar sleutel in ontvangst te nemen en staat op.
Ik volg haar voorbeeld en grijp naar mijn tas, die naast me aan het bankje hangt. Of moet ik zeggen hing. Shit. Hij is weg.
‘Shit, mijn tas is weg!’
Sophie en ik zoeken bij en om het bankje maar mijn tas is nergens te vinden.
Na een kwartier zegt Sophie ‘Oh men, wat een pech hebben we. Laten we mijn fiets maar optillen. Ik heb thuis wel een reservesleutel. Dan gaan we straks nog een keer naar jouw tas zoeken en anders moeten we aangifte doen. Misschien kunnen we een abonnementje op het politiebureau nemen.’

Ik sjok achter Sophie aan naar haar fiets en kan wel huilen. Mijn mooie tas met mijn pinpas en huissleutel erin.
Als we bij Sophie haar fiets aankomen zien we een briefje aan haar stuur hangen.

‘Volgens mij was die zwarte tas van jou toch? Hij lag op straat, je kunt hem binnen bij Hans en Frietje ophalen. Beter op je spullen passen, klungel. En als je ooit samen een ijsje wilt eten, stuur me maar een berichtje. Dex’

Wil jij een seintje wanneer het volgende deel online staat?
Schrijf je hier in voor Donna’s Update en je wordt als eerste op de hoogte gehouden wanneer er een nieuw deel online staat!