In de deuropening staat een lange vrouw. Als ik het in zou schatten dan is ze van mijn leeftijd, lang rood haar, enorme hakken en felrode lipstick op haar lippen.
‘Oh Donna! Meid! Hoe is het nu met je?’
Voor ik het weet geeft ze me een knuffel. Er komt een walm van parfum mijn neus in. Nou ja, parfum..het ruikt meer naar toiletverfrisser. Gatverdamme.

Ik kijk de voor mij onbekende vrouw aan. Er zit wat lipstick op haar tand, ik blijf er maar naar kijken.
‘Ik vind het ZO erg voor je. Zelf zat ik in LA maar anders was ik natuurlijk naar de begrafenis gekomen. Oh die Floor, ik kan het niet geloven’
Dramatisch haalt ze een zakdoekje uit haar Louis Vuitton tas en veegt een traan weg.
Ze pakt m’n arm vast en kijkt me aan: ‘Echt hoor meid, als er iets is wat ik voor je kan doen dan weet je me te vinden he? Ik ga nu gauw want ik sta op knappen maar we spreken elkaar weer wijffie. Doeiiiiiii!’
Ze stapt een WC-hokje in en ik blijf verbouwereerd achter.

‘Denk even na! Is het misschien een ex van Floris? Of heeft ze vroeger bij jou op school gezeten? Misschien hebben jullie wel samen op de sportschool gezeten!’
Als ik weer terug ben bij de tafel vertel ik Sophie over mijn avontuur in de toiletten. Sophie smult van dit soort dingen.
Ik heb nog steeds geen idee wie die vrouw was die me zo enthousiast begroette. Het leek in elk geval of ze Floris goed heeft gekend.
‘Ik heb echt geen idee. Het is sowieso geen ex want dit is niet echt het type waar Floris op zou vallen. Ze deed me een beetje denken aan die ene uit Temptation. Weet je welke ik bedoel? Met die rode krullen.’

Het begint nu een beetje donker te worden en Sophie en ik beginnen ook honger te krijgen.
‘Zullen we hier wat eten of fietsen we langs de Mac?’
‘Oh Donna, dat hoef je geen twee keer te vragen!’
Tien minuten later staan we bij de fietsenstalling van Centraal Station waar we onze fietsen hebben neergezet.

Sophie pakt haar fiets uit het rek en slingert richting de straat. ‘Donnaaaa…kom je nog?’ galmt het door de lege straat.
Ik loop langs alle rekken, maar ik kan mijn fiets nergens vinden. Die wijn is ook behoorlijk naar mijn hoofd gestegen. Vooral die laatste hakte er flink in.
Ik weet zeker dat ik hem in het rek naast Sophie had gezet.
‘Godver, Soof. Mijn fiets is weg!’ Geen antwoord. Die staat vast weer met een of andere vreemde te praten. Sophie praat echt met ie-de-reen. Daarin verschillen we nogal. Ik ben graag op mezelf en soms een beetje sociaal gestoord. Sophie daarentegen praat nog tegen een lantaarnpaal.

‘Sophie! Kun je helpen zoeken? Ik weet zeker dat ik hem in dit rek heb gezet.’ Met het volume waarmee ik nu praat, moét ze me wel horen.
Maar nog steeds geen antwoord. Ik loop de hoek om waar Sophie op me staat te wachten.
Of ten minste, waar ze 5 minuten geleden nog op me stond te wachten.
Het is donker in de straat en ik zie niemand. Ik kan er niks aan doen maar de rillingen lopen over mijn rug. ‘Sophie?’

Wil jij een seintje wanneer het volgende deel online staat?
Schrijf je hier in voor Donna’s Update en je wordt als eerste op de hoogte gehouden wanneer er een nieuw deel online staat!