Ik staar naar het plafond. Het plafond waar ik de eerste 18 jaar van mijn leven regelmatig naar heb gestaard.
Ik heb gewoon geen tranen meer. Het gevoel wat ik nu heb, is met geen pen te beschrijven. Ik voel me leeg. Ik voel woede, ik voel verdriet, ik voel angst maar vooral voel ik wanhoop.
De woorden van de arts gaan voor de zoveelste keer door mijn hoofd. Ik heb niet eens alles gehoord van wat hij zei.
‘Inwendige bloedingen….ernstiger….onverwacht….shocktoestand….niets meer kunnen doen…’
Ik heb gegild, geschreeuwd, gezegd dat het niet kan, dat ze hun best niet hebben gedaan hem te redden, dat ik het gewoon niet geloof.

En ik geloof het ook niet. Floris is dood. Hij is gewoon zomaar dood gegaan.
De arts vertelde dat hij vol is geraakt aan de bestuurderskant. Dat ze meteen zijn begonnen met opereren toen hij met de ambulance binnen werd gebracht. Dat ze een hele tijd bezig zijn geweest met hem maar dat zijn verwondingen te ernstig waren. Hij is in een shocktoestand geraakt en toen is zijn hart gestopt met kloppen.
Zijn hart is gestopt met kloppen. Floris, 28 jaar, fanatieke voetballer, altijd bezig met gezond eten. En nu is zijn hart gestopt? Ik geloof het gewoon niet.

Ruud heeft me moeten slepen naar de auto, hij heeft me bij mijn ouders afgezet en nu lig ik in bed.
Het is inmiddels bijna ochtend maar van mij hoeft er nooit meer een nieuwe dag te beginnen.
Ik hoor zachte voetstappen op de gang en even later wordt de wc doorgespoeld. De deur van ‘mijn’ kamer gaat zachtjes open.
‘Don, ben je nog wakker?’ Mijn moeder staat in de deuropening met betraande ogen.
Ik ga rechtop zitten en mijn moeder komt bij me zitten op de rand van het bed. ‘Ik kan niet zonder hem, mam’ zeg ik met schorre stem.
Mijn moeder veegt een pluk haar uit mijn gezicht en geeft me een knuffel. Ik voel haar tranen op mijn schouder vallen. ‘Ik weet het lieverd, het is verschrikkelijk. We zijn er allemaal voor je. Probeer wat uurtjes te slapen, schat. Je hebt het echt nodig.’
‘Ik heb Floris nodig’ zeg ik en ik laat me achterover vallen op mijn kussen.

Het is 07.42 uur en ik heb nog steeds geen oog dicht gedaan. Mijn laatste avond met Floris blijf ik afspelen in mijn hoofd.
Als een film die je steeds weer opnieuw wil zien.
Ik zie Floris’ lieve gezicht voor me. Zijn halflange donkere haren, zijn groene ogen, zijn stoppelbaardje en de kuiltjes in zijn wangen als hij lacht.
Hij had pasta voor me gemaakt. Zijn specialiteit. Het was heerlijk.

Dan hoor ik mijn telefoon trillen op het nachtkastje.

Ik app nog een tijdje met Sophie en val uiteindelijk toch in slaap.
Als ik wakker word voel ik me vreselijk. Even weet ik niet waarom ik me zo voel, maar na 2 seconden weet ik het weer. Floris is dood.
Ik trek de deken over mijn hoofd en voel de tranen weer opkomen.
Voor de tweede keer doet mijn moeder de deur open. ‘Hee schat. Je hebt toch wat uurtjes geslapen he? Fijn, rusten is goed voor je. Ik heb een bad voor je gemaakt, kom je daarna beneden lunchen? Je moet wel blijven eten, lieverd.’

10 minuten later lig ik in het witte ligbad in de badkamer. Ik voel mijn eigen lichaam niet eens. De geur van eucalyptus vult de badkamer.
Ik laat mezelf wat verder onderuit zakken in het warme water.
M’n nek onder water, m’n schouders, m’n kin, m’n neus. Ik houd m’n adem in en laat mijn hoofd onder water gaan..
Even schiet het door m’n hoofd. Wat als ik nou gewoon niet meer boven water kom…

Dan kom ik hoestend en proestend omhoog. Waar ben ik in godsnaam mee bezig?
Ik kleed me aan en kijk op mijn horloge. Het is 11.45 uur. Ik heb vanmiddag afgesproken bij Marjan en Ruud om een en ander te bespreken maar het liefst kruip ik weer mijn bed in.
Dan hoor ik mijn telefoon overgaan. Ik loop de slaapkamer in en kijk op het scherm.
Mijn hart gaat 3 keer zo snel en ik hoor mijn eigen ademhaling: ‘Floris belt’…

Wil jij een seintje wanneer het volgende deel online staat?
Schrijf je hier in voor Donna’s Update en je wordt als eerste op de hoogte gehouden wanneer er een nieuw deel online staat!