Rond 10 uur is Sophie weer terug. Ik heb lekker een filmpje gekeken en de boete betaald die achter mijn ruitenwisser zat. Ik heb dat bord echt niet gezien waarop staat dat het deze week verboden parkeren is in verband met de hardloopwedstrijd. Ik vond het al zo vreemd dat ik zo dicht bij huis kon parkeren en dat de rest van de straat bijna leeg was. Maar hey, kan gebeuren toch? Zonde van mijn geld en weer een leermoment.

‘..en toen ging hij op z’n knieën, Donna. Echt waar. Hij zei dat het de grootste fout van zijn leven was, dat hij niets is zonder mij en dat hij er alles aan gaat doen om mij als een prinses te behandelen. Dat ik zijn grote liefde ben en dat hij zich geen leven zonder mij voor kan stellen’.
Ik kijk Sophie met grote ogen aan en sla een hand voor mijn mond. ‘Nee! Dat meen je niet! Hij deed een aanzoek?!’
Sophie knikt wild met haar hoofd en haar haren bewegen mee op haar schouders. Even zegt ze niks.
‘Ja hallo, wat heb je gezegd?!’ Ik zit op het puntje van mijn stoel en hang aan haar lippen.
‘Donna, wat denk je zelf? Ik ga toch niet trouwen met iemand die aan het eind van zijn aanzoek ‘Marry me’ gaat zingen?’
Ik proest het uit en de thee komt uit mijn neusgaten. Bij Sophie rollen de tranen van het lachen over haar wangen, wat even later over gaat in een zacht gesnik.
‘Nu ben ik weer alleen, Don. Wat moet ik nu?’
‘Aah lieverd. Dat komt echt wel weer goed. Je bent beter af zonder hem.’
Sophie knikt en veegt haar tranen weg. ‘Dank je wel dat ik even hier mag blijven, Don. Ik was net in het appartement en het was echt zo raar met al zijn spullen nog daar’.
‘Je moet blij zijn dat hij bij jou is ingetrokken. Het is en blijft jouw appartement.’
Sophie aait Tijger die langs haar been loopt. ‘Ik ben blij dat wij geen huisdieren samen hebben. Dan hadden we een co-ouderschap aan moeten gaan’.

‘Wat vind jij? Zwart of grijs?’ Ik houd twee shirtjes voor, terwijl ik voor de spiegel in de Zara sta.
‘Doe nou eens dit jurkje aan. Jij kiest altijd maar voor veilig. Zwart, grijs. Hartstikke leuk hoor. Voor als je 80 bent.’
Sophie houdt een felgeel jurkje in haar hand met mouwen waar veertjes aan zitten. Aan de voorkant zit een oranje rits. Ik schud mijn hoofd: ‘Leuk voor carnaval Soof, maar no way dat ik daar mee ga lopen.’
‘En dit dan?’ Van een rekje haalt ze een legergroen jurkje van een hele zachte stof. Er zitten knoopjes aan de voorkant en er zit een smal ceintuur doorheen met een printje.
‘Dat wil ik wel proberen’
Als ik uit het pashokje kom, kijkt Sophie me goedkeurend aan. ‘Fjietfjieuw. Goede benen hoor’.
Ik kijk naar mezelf en ik moet zeggen dat het jurkje perfect zit. Hij sluit mooi aan op mijn lichaam maar is niet te strak. Ik besluit het mee te nemen en koop gelijk een paar nieuwe sneakers.
Sophie is ook goed geslaagd. Bepakt en bezakt lopen we terug naar mijn flatje. Het is inmiddels vrijdag en Sophie slaapt weer in haar appartement. Wess heeft nog een poging gedaan om haar terug te winnen. Toen Sophie woensdagavond thuis kwam lag er vanaf de voordeur tot aan de woonkamer een heel spoor aan rozenblaadjes. Op de achtergrond speelde een afspeellijst met allemaal liefdesliedjes. De gang hing vol met rode hartjesballonnen en in de woonkamer stond met waxinelichtjes ‘I love U’. Er zat een handgeschreven brief van 4 kantjes bij met als laatste zinnen: ‘mijn liefde voor jou is groter dan het ego van Kanye West. Sophie, you are the one, my first and my last. Ik weet dat ik zonder jou niet verder kan. Vind jij dit ook liefste Sophie, bel mij dan!’
Sophie belde me meteen op en we hebben een kwartier dubbel gelegen van het lachen. Wess heeft ze niet meer gebeld.
‘Morgen is het zover Donnie, dan ga je Dex weer zien. Heb je hem nog gesproken afgelopen week?’
Ik pak mijn wijntje van tafel en knik. ‘We hebben elkaar een paar appjes gestuurd. Hij was deze week bij zijn vader in Antwerpen.’
‘Nou, leuk hoor. Zeg, ik ga naar huis. Ik zie jou morgen, oke? Ik haal je rond een uurtje of 12 op. Dan lunchen we wat in de stad en daarna is het tijd voor sexy Dexie!’
Lachend staat Sophie op, terwijl ik met mijn ogen rol. Ik sta op en loop achter haar aan. ‘Mijn oplader ligt nog in de auto, ik loop even met je mee’.
Ik zwaai naar Sophie die de straat uit fietst en steek weer over om terug te lopen naar mijn appartement. Vlak voor ik de stoep op loop, raast er een auto langs me heen. Het scheelde een haartje of hij had me geraakt.
‘IDIOOT!’ schreeuw ik, terwijl mijn hart in mijn keel klopt. Ik zie dat de blauwe Twingo draait aan het einde van de straat en in dezelfde snelheid mijn kant weer op komt rijden. Even denk ik dat hij vaart mindert, maar wanneer hij vlak voor me is drukt hij het gaspedaal nog even in en met een idioot harde snelheid rijdt hij weer vlak langs me heen.
Ik weet niet wat er gebeurt en staar de auto na. Mijn hart klopt in mijn keel. Waar heb ik die rode krullen eerder gezien?